Scief Houben
Urban Mine
8 vragen aan Scief Houben (CEO Urban Mine)
“Doe circulair beton waar het moet en hout waar het kan”

De betonwereld verduurzamen, het klinkt bijna als een onmogelijke opgave. Toch is dat precies waar Scief Houben zich al ruim tien jaar met volle overtuiging voor inzet als CEO van Urban Mine. Zijn missie: beton circulair en vrijwel CO₂-neutraal maken. Wat behelst deze missie? Wat is de rol van investeerders? En: hoe doorbeek je een behoudende betonmarkt? “We zijn nu nog een Calimero, maar we hebben ambitieuze plannen om West-Europa te veroveren.”
1. Waar kunnen we u van kennen?
“Je kunt mij kennen vanuit mijn verleden in het vastgoed. Ik heb lang gewerkt als CEO voor Kristal en voor Blauwhoed tot 2010. Vanaf 2010 heb ik een aantal projecten en bedrijven gerund die allemaal focus hebben op duurzaamheid. Dat was eigenlijk heel divers: van een nieuwe energieleverancier in de energietransitie, modulaire houtbouw, zonnepanelen voor huurwoningen tot autodelen en afvalverwerking.”
“Tien jaar geleden ben ik verliefd geworden op het bedrijf Urban Mine dat oorspronkelijk uit de Rutte Groep is voortgekomen. Het is een bedrijf dat zich focust op het duurzaam en circulair maken van beton. Beton is een van de meest vervuilende grondstoffen ter wereld. Omdat Urban Mine een proces heeft ontwikkeld dat nergens anders ter wereld plaatsvindt, vond ik het dermate leuk en boeiend om die uitdaging aan te gaan. Doel: het bedrijf naar industrieel niveau brengen en de wereld van beton disruptive innoveren. Dat is wat er nu gebeurt. Dat betekent een megastap met een enorme impact op de CO₂- uitstoot van beton. We zijn nu klaar om ons bedrijf verder uit te rollen in West-Europa. Dat ik daaraan mag bijdragen, daar word ik heel vrolijk van.”
2. Sinds wanneer houdt u zich bezig met verduurzaming?
“Ik ben nu al ruim twintig jaar met duurzaamheid bezig, in diverse bedrijfstakken. Ik heb diverse functies gehad in bedrijven die allemaal hun focus hebben op duurzaamheid. Ik vind het vanzelfsprekend dat je verantwoordelijkheid neemt naar je omgeving. Ik erger me dood aan bedrijven die alleen maar vanuit green-washing hier iets mee doen omdat het ‘modern is’ en omdat het ‘moet’. Ik ben eigenlijk alleen maar betrokken bij bedrijven die duurzaamheid als vertrekpunt nemen. Niet omdat de overheid ons daartoe beweegt, maar vanuit intrinsieke motivatie.
Wat ik mooi vind, zeker bij een familiebedrijf als de Rutte Groep, is dat duurzaamheid in de haarvaten zit. Niet alleen klimaat technisch in bijvoorbeeld terugdringen van CO₂, maar ook in het sociale systeem. Dus ook bijvoorbeeld mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meenemen in je bedrijf. Het is veel breder en fundamenteler.”
“Onze filosofie is ook: Als je iets vandaag kunt doen, moet je het doen. Ook als de businesscase nog niet sluit. Door het gewoon te doen, ontstaan er nieuwe mogelijkheden en wordt je businesscase uiteindelijk aantrekkelijker. Op de korte termijn kan het soms lastig zijn om zo te ondernemen, maar op de lange termijn word je er sterker van.”
3. Wat is de belangrijkste uitdaging in uw vakgebied?
“De markt overtuigen en meekrijgen. Van de huidige behoudende houding naar een vooruitstrevende, meebewegende houding. Dat is de afgelopen vijf jaar in ieder geval onze grootste uitdaging geweest. Ik denk dat in de komende vijf jaar onze grootste uitdaging is om de uitrol te realiseren. In Nederland, maar ook internationaal in Duitsland, België en Groot-Brittannië. We zijn nu nog een Calimero, maar we hebben enorme plannen om West-Europa te veroveren. Head first in een monopolistische markt van cement- en betonindustrie. Als new kid on the block die die markten disruptief gaat verstoren. Dat is een beetje de jongensdroom.
Wat doet Urban Mine anders?
Urban Mine maakt circulair beton door betonpuin hoogwaardig te recyclen tot nieuwe grondstoffen voor betonproductie. Via een eigen scheidingsproces worden zand, grind en cementrijke fracties teruggewonnen en opnieuw ingezet. Daardoor is aanzienlijk minder nieuw cement nodig. En juist cement zorgt normaal voor de meeste CO₂-uitstoot. Het bijzondere is dat dit proces in staat is de secundaire grondstoffen op gelijke of zelfs betere kwaliteit te produceren als de primaire grondstoffen. Het resultaat: beton met dezelfde technische kwaliteit als traditioneel beton, maar met tot 80 procent minder CO₂-uitstoot. Dit beton wordt inmiddels op grote schaal toegepast in alle soorten bouw- en infraprojecten.
4. Wat is nodig om dat te realiseren?
“Heel veel geld. En dan bedoel ik niet geld als subsidie, maar investeringsgeld voor een goed renderende propositie. De investeringspower die je nodig hebt om die monopolistische betonmarkt aan te jagen, daar heb je gewoon flinke sommen geld voor nodig. We kunnen laten zien dat investeerders ons kunnen vertrouwen. We hebben ons bewezen. Maar toch is het nog moeilijk om dit soort nieuwe industrieën, met proposities die de bestaande industrie doorbreken, gefinancierd te krijgen. Ook de financiële wereld is heel behoudend.”
“We hebben ook de markt nodig. De opdrachtgevers en de beleggers krijgen steeds meer de overtuiging dat het werken met beton anders kan. Beton maakt de grootste impact, de belangrijkste footprint in de bouw zit echt in beton. Wij zeggen: doe circulair beton waar het moet en doe hout waar het kan. Je ontkomt er niet aan dat je veel met beton moet werken en het is ook een prachtig materiaal. Alleen doe dat dan met dit duurzame materiaal dat wij produceren.”
5. Hoe duurzaam leeft u persoonlijk?
“Ik ben privé zeker geen duurzaamheids-goeroe op alle vlakken. Integendeel, maar ik rijd wel al vijftien jaar elektrisch! Het rijdt gewoon veel beter dan die oude stinkerds, dus dat is mooi meegenomen. Ik ben nu zelf een huis aan het bouwen en gebruik daarvoor een combinatie van ons beton en houtskeletbouw.
En natuurlijk komt er ook een grijs watercircuit. Ik probeer vanuit duurzaamheid te bepalen welke materialen we gebruiken. Mijn huis is vergeleken met wat wij nog meer bouwen met ons beton maar een kleine bijdrage aan duurzaamheid, maar het is gewoon heel leuk om op deze manier op te pakken.”
6. Is Nederland in 2050 duurzamer dan vandaag?
“Ik denk dat we zeker slagen maken en dat we steeds bewuster omgaan met duurzaamheid. Het zal gaandeweg een vanzelfsprekendheid worden. Ik geloof dat dat in 2050 zo zal zijn. Nu pushen we nog vaak met regelgeving, terwijl die regelgeving niet nodig zou moeten zijn. Ik hoop dat de werkelijke milieukosten, of dat nou CO₂ is of andere milieukosten, echt worden ingerekend. Het financiële model is toch het meest krachtige model om verandering aan te jagen en dus moeten we de MKI-effecten beprijzen. Ja, het wordt daardoor duurder. Maar daardoor komt innovatie op gang en wordt het uiteindelijk weer goedkoper. Je moet die verantwoordelijkheid nemen. Dat hoop ik voor 2050.”
“Daarnaast verwacht ik dat er veel meer technologische ontwikkelingen plaats zullen vinden die oplossingen bieden. Een paar jaar geleden zei men dat beton niet duurzaam te recyclen was. Nu zijn wij in staat om het cement er helemaal uit te halen en eigenlijk volledig CO₂-neutraal beton te maken. We verwachten dat we binnen nu en anderhalf jaar richting CO₂-neutraal beton gaan op industrieel niveau. Dat was een paar jaar geleden nog een onmogelijkheid.”
7. Stel: u bent één dag dictator in Nederland met onbeperkte macht. Welk besluit neemt u dan?
“Ik zou het inrekenen van milieukosten als basisvertrekpunt nemen. Dat dat zo snel mogelijk gaat gebeuren. Daarmee versterk je de innovatiekracht en de oplossingsgerichtheid van de maatschappij. Creëer de urgentie. Zolang je dat niet doet, gaat het heel traag. Er zijn dingen die gewoon te goedkoop zijn. Denk aan vliegen, brandstof en cement. Reken toe wat het werkelijk kost, dan ben je op een eerlijke manier bezig. Het kan zijn dat dat op sommige plekken op de korte termijn niet haalbaar is, maar op de lange termijn pluk je er de vruchten van. Het is jammer dat geld vaak een grotere drijfveer is dan passie. Maar benut dan in ieder geval maar dat mechanisme.”
8. Tot slot: wilt u nog iets toevoegen?
“Beleggers en investeerders mogen beseffen dat ze aan de top van de piramide staan en dat ze dus op twee vlakken verantwoordelijkheid kunnen nemen en zaken kunnen afdwingen. Aan de kant van sloop: het oude gebouw is je eigendom, dus kan je verantwoordelijkheid nemen dat het op de juiste manier wordt gesloopt. En ten tweede moet je in je opdrachtgeverschap naar de hele keten toe veel strakker zijn. Wat je wilt, moet ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Dwing duurzaamheid af. Ik zie vaak dat daar slappe knieën een rol spelen. Neem je verantwoordelijkheid naar beide kanten: naar het eigenaarschap van het oude gebouw en naar je opdrachtgeverschap. Dat om de doelstellingen ook feitelijk te realiseren.”